Een d of een t aan het eind?

Aan het eind van een woord klinken d en t hetzelfde: als een t. Uit de klank is dus niet af te leiden wat de juiste spelling is. Ezelsbruggetjes, zoals de Smurfenregel, de Theeregels en 't Kofschip, werken tot op zekere hoogte. Eigenlijk werken ze het best voor wie de theorie een beetje kent. In een notendop:


Werkwoorden

Een werkwoord beschrijft vaak een handeling, iets wat wordt gedaan, zoals huilen of roeien. Er zijn ook werkwoorden die een bepaalde situatie beschrijven, zoals hebben. Hele werkwoorden eindigen op n of en.


Zes persoonsvormen

Een werkwoord kent zes persoonsvormen:

enkelvoudmeervoud
eerste persoonikwij
tweede persoonjij, ujullie, u
derde persoon hij, zij, het zij

Zes tijden

Een werkwoord kent zes tijden:

onvoltooidvoltooid
tegenwoordige tijdgebeurt nuis nu gebeurd
verleden tijdgebeurde vroegeris vroeger gebeurd
toekomende tijdgebeurt laterzal later gebeuren

Met zes persoonsvormen en zes tijden zijn 36 variaties op een werkwoord te maken. De zes roeivarianten van de eerste persoon enkelvoud:

onvoltooidvoltooid
tegenwoordige tijdik roei (nu)ik heb (nu) geroeid
verleden tijdik roeide (vroeger)ik had (vroeger) geroeid
toekomende tijdik ga (later) roeienik zal (later) hebben geroeid

De stam

De stam is het kleinste betekenisvolle deel van het werkwoord. Het is het stuk dat overblijft als je de en of n aan het eind van het (hele) werkwoord weghaalt.

werkwoordstam
werkenwerk
doendoe

In vier gevallen moet de stam iets worden aangepast voor er mee kan worden geschreven:

1. Als de stam op een z eindigt, maak er dan een s van.

werkwoordstam
reizenreis
bonzenbons

2. Als de stam op een v eindigt, maak er dan een f van.

werkwoordstam
blijvenblijf
zoevenzoef

3. Als de stam op een dubbele medeklinker eindigt, haal er dan een weg.

werkwoordstam
hikkenhik
stoppenstop

4. Als de stam de uitspraak verandert van lang naar kort, verdubbel dan de klinker.

werkwoordstam
vragenvraag
sturenstuur

Zwakke en sterke werkwoorden

Bij zwakke werkwoorden eindigt de onvoltooid verleden tijd op de(n) of te(n) en het voltooid deelwoord op d of t.

onvoltooid tegenwoordige tijdonvoltooid verleden tijd voltooid deelwoord
levenleefde(n)geleefd
miauwenmiauwde(n)gemiauwd
blaffenblafte(n)geblaft
wachtenwachtte(n)gewacht

Bij sterke werkwoorden verandert in de onvoltooid verleden tijd de klinker (ten opzichte van de onvoltooid tegenwoordige tijd) en eindigt het voltooid deelwoord op en.

onvoltooid tegenwoordige tijdonvoltooid verleden tijd voltooid deelwoord
zingen zong(en)gezongen
lopenliep(en)gelopen
vindenvond(en)gevonden
wordenwerd(en)geworden

Een d of een aan het eind (in de onvoltooid tegenwoordige tijd)

De onvoltooid tegenwoordige tijd enkelvoud wordt bij de eerste persoon gevormd door de stam, bij de tweede en derde persoon door de stam + t.

persoonsvormstamt
ikroei
jij, uroeit
hij, zij, hetroei t

Sommige stammen eindigen op een t. Die krijgen er géén t bij.

persoonsvorm stam
ikzet
jij, uzet
hij, zij, hetzet

persoonsvorm stam
ikpraat
jij, upraat
hij, zij, hetpraat

Sommige stammen eindigen op een d. Die krijgen er wél een t bij.

persoonsvorm stamt
ikrijd
jij, urijdt
hij, zij, hetrijdt

persoonsvorm stamt
ikvind
jij, uvindt
hij, zij, hetvindt

persoonsvorm stamt
ikword
jij, uwordt
hij, zij, hetwordt

De woordvolgorde

Bij jij (of je) hangt de spelling in de onvoltooid tegenwoordige tijd af van de volgorde waarin de woorden staan. Als jij of je voorop staat, komt achter de stam een t (zoals hierboven beschreven). Als het werkwoord voorop staat, krijgt de stam geen t.

jij vooropwerkwoord voorop
jij voeltvoel jij
jij denktdenk jij
jij hebtheb jij
jij vindtvind jij
jij wordtword jij

Het voltooid deelwoord

Het voltooid deelwoord is nodig om de voltooid tegenwoordige tijd en de voltooid verleden tijd te maken. Elk werkwoord heeft een voltooid deelwoord, behalve een bijzonder werkwoord als zullen. Een voltooid deelwoord ziet er zo uit:

gestam d, t of en
gegooid
gedoofd
gestopt
gewerkt
gekomen
geroepen

Of zo:
stamd, t of en
bestemd
bewerkt
beklonken

Of zo:
stamd, t of en
verstomd
verwerkt
verworpen

Een d of een t aan het eind (van een voltooid deelwoord)

Het voltooid deelwoord krijgt aan het eind een d, een t of en. Het verschil tussen d/t en en is hoorbaar, het verschil tussen d en t niet: beide klinken als een t.

Voltooid deelwoorden waarvan de voorlaatste letter een k, f, s, ch, of p* is, krijgen aan het eind een t. De andere voltooid deelwoorden krijgen aan het eind een d.

voorlaatste letter is een k, f, s, ch, p of x* voorlaatste letter is geen k, f, s, ch, p of x*
gepiktgegund
geboftgeplaagd
verrastvermomd
gekochtgeleend
verstoptgedubd
gefaxtge-emaild

Als de voorlaatste letter een f of s is die van oorsprong (in het hele werkwoord) een v of een z was, komt er geen t maar een d aan het eind van het voltooid deelwoord.

voorlaatste letter is een f of smaar in het werkwoord was de f een v en de s een z
verdoofdverdoven
beleefdbeleven
gezeefdzeven
gereisdreizen
verhuisdverhuizen
verbaasdverbazen

_______
*Deze letters zijn terug te vinden in de woorden 'kofschip' en 'fokschaap'. Vanwege de t wordt ook wel 'kuifspecht' als ezelsbruggetje gebruikt en vanwege de x (ks) ook wel 'xtc-koffieshop'.